Naar hoofdinhoud
1. Geen enkele bepaling van dit Verdrag bełet of verbiedt dat bijstand wordt gevraagd en verleend via andere kanalen dan de in dit Verdrag bedoelde. 2. Niettegenstaande artikel 4 kan een Bevoegde Autoriteit: zich vanaf het grondgebied van haar Staat in verbinding stellen met een persoon op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij die er vrijwillig mee instemt de gewenste informatie te verstrekken; langs informele weg verzoeken doen om informatie uit openbare bronnen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij zonder inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag. 3. Indien het verzoek om informatie ingevolge het tweede lid, letter a, verband houdt met een onderzoek, vervolging of ander optreden met betrekking tot een ernstige overtreding van wetten, regels of voorschriften die van kracht zijn op het grondgebied van één van beide Verdragsluitende Partijen, dan stelt de verzoekende Bevoegde Autoriteit de desbetreffende Bevoegde Autoriteit in de andere Staat van tevoren in kennis van het in het tweede lid, letter a, bedoelde contact. 4. De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 6 onverlet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel