**1.** De Partijen erkennen het belang van capaciteitsvergroting - d.w.z. institutionele ontwikkeling, opleiding en uitbreiding van de daarvoor in aanmerking komende plaatselijke en nationale capaciteiten - bij inspanningen gericht op het bestrijden van woestijnvorming en het inperken van de gevolgen van droogte. Zij dienen, waar mogelijk, capaciteitsvergroting te bevorderen:
door middel van volledige participatie op alle niveaus van de plaatselijke bevolking, met name op plaatselijk niveau, in het bijzonder vrouwen en jongeren, met medewerking van niet-gouvernementele en plaatselijke organisaties;
door de opleidings- en onderzoekscapaciteiten op nationaal niveau op het gebied van woestijnvorming en droogte uit te breiden;
door ondersteunende en voorlichtingsdiensten op te zetten en/of uit te breiden teneinde technologische methoden en technieken doeltreffender te kunnen verspreiden, en door veldwerkers en leden van plattelandsorganisaties op participatie gebaseerde wijzen van aanpak voor behoud en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen bij te brengen;
door de toepassing en verspreiding van de kennis, know-how en werkwijzen van de plaatselijke bevolking in programma's voor technische samenwerking waar mogelijk te stimuleren;
door, waar nodig, daarvoor in aanmerking komende milieuverantwoorde technologische en traditionele methoden voor de landbouw en veeteelt aan te passen aan moderne sociaal-economische omstandigheden;
door te zorgen voor passende opleiding en technologie bij de gebruikmaking van alternatieve bronnen van energie, met name hernieuwbare energiebronnen, in het bijzonder gericht op beperking van de afhankelijkheid van hout als brandstof;
door via samenwerking, zoals onderling overeengekomen, de capaciteiten van de Partijen die getroffen ontwikkelingslanden zijn uit te breiden en uitvoering met het oog op de ontwikkelingen van programma's op het gebied van het vergaren, analyseren en uitwisselen van informatie overeenkomstig artikel 16;
door middel van innoverende wijzen van stimulering van alternatieve middelen van bestaan, waaronder het aanleren van nieuwe vaardigheden;
door beleidmakers, leidinggevenden en personeel dat is belast met het vergaren en analyseren van gegevens opleidingen te geven op het gebied van de verspreiding en gebruikmaking van informatie betreffende vroegtijdige waarschuwing voor droogte, alsmede op het gebied van voedselproduktie;
door middel van een doelmatiger functioneren van bestaande nationale instellingen en wettelijke kaders en, waar nodig, het opzetten van nieuwe, naast verbetering van de strategische planning en het beheer; en
door middel van uitwisselingsprogramma's ter verbetering van de capaciteitsvergroting in de Partijen die getroffen landen zijn, via een langlopend interactief leerproces en studie.
**2.** De Partijen die getroffen ontwikkelingslanden zijn voeren, in samenwerking met andere Partijen en bevoegde intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, waar mogelijk, een interdisciplinaire toetsing uit van de beschikbare capaciteiten en faciliteiten op plaatselijk en nationaal niveau, alsmede van de mogelijkheid om deze te verbeteren.
**3.** De Partijen werken met elkaar en via bevoegde intergouvernementele alsmede niet-gouvernementele organisaties samen bij het opzetten en ondersteunen van bewustmakings- en educatieprogramma's in zowel de Partijen die getroffen landen zijn als, waar relevant, in de Partijen die niet-getroffen landen zijn, ter bevordering van het inzicht in de oorzaken en gevolgen van woestijnvorming en droogte en het belang van het nastreven van de doelstelling van dit Verdrag. Hiertoe dienen zij:
algemene bewustmakingscampagnes te organiseren;
permanent de toegang van het publiek tot relevante informatie en brede participatie aan educatie- en bewustmakingsactiviteiten te bevorderen;
de oprichting van verenigingen die bijdragen tot bewustmaking aan te moedigen;
educatie- en bewustmakingsmateriaal, waar mogelijk in plaatselijke talen, te ontwikkelen en uit te wisselen, en deskundigen uit te wisselen en te detacheren om personeel in de Partijen die getroffen ontwikkelingslanden zijn te bekwamen in de uitvoering van relevante educatie- en bewustmakingsprogramma's, en ten volle gebruik te maken van relevant educatiemateriaal dat beschikbaar is bij bevoegde internationale organen;
de educatiebehoeften in de getroffen gebieden te inventariseren, passende onderwijsprogramma's op te stellen en, waar nodig, educatie- en alfabetiseringsprogramma's voor volwassenen uit te breiden en de kansen voor iedereen te vergroten, met name voor meisjes en vrouwen, met betrekking tot het in kaart brengen, het behoud en duurzaam gebruik en beheer van natuurlijke rijkdommen in de getroffen gebieden; en
op participatie gebaseerde interdisciplinaire programma's te ontwikkelen, waarmee bewustmaking met betrekking tot woestijnvorming en droogte wordt geïntegreerd in educatiesystemen en in niet-formele programma's voor volwasseneneducatie, afstandsonderwijs en praktijkopleidingen.
**4.** De Conferentie van de Partijen zet netwerken van regionale educatie- en opleidingscentra op voor het bestrijden van woestijnvorming en het inperken van de gevolgen van droogte, en/of verbetert die netwerken. Deze netwerken dienen te worden gecoördineerd door een daartoe opgerichte of aangewezen instelling teneinde wetenschappelijk, technisch en leidinggevend personeel op te leiden en de bestaande instellingen die zijn belast met educatie en opleiding in de Partijen die getroffen landen zijn, waar mogelijk, te verbeteren, met het oog op harmonisering van programma's en het organiseren van onderlinge uitwisselingen van ervaringen. Deze netwerken dienen nauw samen te werken met daarvoor in aanmerking komende intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties teneinde het verrichten van dubbel werk te vermijden.
DEEL III › TITEL 3
Artikel 19
Capaciteitsvergroting, educatie en bewustmaking
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 26 december 1996