Naar hoofdinhoud

DEEL V

Artikel 28

Regeling van geschillen

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 26 december 1996

1. De Partijen regelen een onderling geschil met betrekking tot de uitlegging of toepassing van het Verdrag door middel van onderhandelingen of op een andere vreedzame wijze van hun keuze. 2. Bij de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van het Verdrag, of de toetreding hiertoe, dan wel op enig tijdstip daarna, kan een Partij die niet een regionale organisatie voor economische integratie is, in een schriftelijke akte, ingediend bij de Depositaris, verklaren dat zij ten aanzien van een geschil betreffende de uitlegging of toepassing van het Verdrag, één van beide of beide onderstaande wijzen van geschillenregeling als dwingend aanvaardt ten aanzien van elke Partij die dezelfde verplichting aanvaardt: arbitrage in overeenstemming met een zo spoedig mogelijk in een bijlage door de Conferentie van de Partijen vast te leggen procedure; voorlegging van het geschil aan het Internationale Gerechtshof. 3. Een Partij die een regionale organisatie voor economische integratie is, kan een verklaring van soortgelijke strekking afleggen ten aanzien van arbitrage in overeenstemming met de in het tweede lid, letter a, bedoelde procedure. 4. Een verklaring ingevolge het tweede lid blijft van kracht totdat zij vervalt overeenkomstig haar eigen bepalingen of tot drie maanden nadat een schriftelijke kennisgeving bij de Depositaris is nedergelegd, waarin zij wordt herroepen. 5. Het vervallen van een verklaring, een kennisgeving van herroeping of een nieuwe verklaring heeft geen enkel gevolg voor een procedure die aanhangig is voor het scheidsgerecht of het Internationale Gerechtshof, tenzij de Partijen bij het geschil anders overeenkomen. 6. Indien de Partijen bij het geschil niet dezelfde of geen enkele procedure ingevolge het tweede lid hebben aanvaard en zij er niet in zijn geslaagd hun geschil te regelen binnen twaalf maanden nadat de ene Partij de andere te kennen heeft gegeven dat tussen hen een geschil bestaat, wordt het geschil op verzoek van een Partij onderworpen aan conciliatie, in overeenstemming met een zo spoedig mogelijk door de Conferentie van de Partijen in een bijlage vast te leggen procedure.

Rechtspraak bij dit artikel