Naar hoofdinhoud
1. Indien een overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, vaststelt dat bepaalde voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen met een goedkeuringsmerk dat door een van de overeenkomstsluitende partijen krachtens dat VN-reglement is toegekend, niet conform zijn met het goedgekeurde type of met de voorschriften van dat reglement, stelt zij de goedkeuringsinstantie van de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, daarvan in kennis. De overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de non-conformiteit wordt rechtgezet. 2. Wanneer de non-conformiteit het gevolg is van niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde technische voorschriften van een VN-reglement, brengt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, onmiddellijk alle andere overeenkomstsluitende partijen op de hoogte van de situatie en informeert zij hen geregeld over de stappen die zij onderneemt, zoals bijvoorbeeld de intrekking van de goedkeuring, indien nodig. Nadat zij de potentiële gevolgen voor de voertuigveiligheid, milieubescherming, energiebesparing of diefstalbeveiligingstechnologie hebben bestudeerd, mogen de overeenkomstsluitende partijen de verkoop en het gebruik van dergelijke voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen op hun grondgebied verbieden totdat de non-conformiteit is rechtgezet. In dat geval stellen deze overeenkomstsluitende partijen het secretariaat van het beheerscomité in kennis van de genomen maatregelen. Voor de beslechting van geschillen tussen de overeenkomstsluitende partijen geldt de procedure van artikel 10, lid 4. 3. Als, onverminderd lid 1 van dit artikel, een niet-conform product zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, niet binnen drie maanden weer in conformiteit is gebracht, trekt de voor de goedkeuring verantwoordelijke overeenkomstsluitende partij de goedkeuring tijdelijk of permanent in. Bij wijze van uitzondering kan deze termijn met maximaal drie maanden worden verlengd, tenzij een of meer overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement in kwestie toepassen, daar bezwaar tegen maken. Wanneer de termijn wordt verlengd, stelt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, binnen de oorspronkelijke periode van drie maanden alle overeenkomstsluitende partijen die dat VN-reglement toepassen, in kennis van haar voornemen tot verlenging van de periode waarin de non-conformiteit moet worden rechtgezet, en geeft zij een rechtvaardiging voor een dergelijke uitbreiding. 4. Wanneer de non-conformiteit het gevolg is van niet-naleving van de administratieve bepalingen, goedkeuringsmerken, voorwaarden voor de conformiteit van de productie of het in een VN-reglement aangegeven inlichtingenformulier zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d) en f), trekt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, de goedkeuring tijdelijk of permanent in als de non-conformiteit niet binnen zes maanden is rechtgezet. 5. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn ook van toepassing wanneer de overeenkomstsluitende partij die verantwoordelijk is voor het verlenen van de goedkeuring, zelf vaststelt dat bepaalde voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen met een goedkeuringsmerk niet-conform zijn met het goedgekeurde type of met de voorschriften van een VN-reglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel