Naar hoofdinhoud
1. De lidstaten van de Economische Commissie voor Europa, de landen die overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van de commissie met adviserende bevoegdheid tot de commissie zijn toegelaten en de door lidstaten van de Economische Commissie voor Europa opgerichte organisaties voor regionale economische integratie waaraan hun lidstaten bevoegdheden op onder deze overeenkomst vallende gebieden hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om besluiten te nemen die bindend zijn voor hun lidstaten, kunnen partij worden bij deze overeenkomst. Voor de vaststelling van het aantal stemmen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, en in artikel 12, lid 2, beschikken de organisaties voor regionale economische integratie over het aantal stemmen van hun lidstaten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa. 2. De lidstaten van de Verenigde Naties mogen overeenkomstig paragraaf 11 van het mandaat van de commissie aan bepaalde werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa deelnemen en de organisaties voor regionale economische integratie van die landen waaraan hun lidstaten bevoegdheden op onder deze overeenkomst vallende gebieden hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om besluiten te nemen die bindend zijn voor hun lidstaten, kunnen partij worden bij deze overeenkomst. Voor de vaststelling van het aantal stemmen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, en in artikel 12, lid 2, beschikken de organisaties voor regionale economische integratie over het aantal stemmen van hun lidstaten die lid zijn van de Verenigde Naties. 3. Toetreding tot deze overeenkomst door nieuwe overeenkomstsluitende partijen die geen partij zijn bij de Overeenkomst van 1958, geschiedt door neerlegging van een akte bij de secretaris-generaal, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel