Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen geven gevolg aan het verzoek om bescherming indien wordt vastgesteld, door overlegging van een paspoort of identiteitsbewijs, dat betrokkene de nationaliteit van een Lid-Staat van de Unie bezit. 2. In geval van verlies of diefstal van documenten kunnen alle andere bewijzen van nationaliteit worden aanvaard, zo nodig na controle bij de centrale autoriteiten van de Lid-Staat waarvan de betrokkene de nationaliteit beweert te hebben, of bij de dichtstbijzijnde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van die Staat.

Rechtspraak bij dit artikel