Naar hoofdinhoud
1. De in artikel 1 bedoelde bescherming behelst: bijstand bij sterfgevallen; bijstand bij ernstige ongevallen of ernstige ziekten; bijstand bij arrestatie of detentie; bijstand aan slachtoffers van geweldmisdrijven; hulp aan en repatriëring van in moeilijkheden verkerende burgers van de Unie. 2. Daarnaast kunnen de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Lid-Staten in een derde Staat, voor zover zij daartoe bevoegd zijn, eveneens voor andere gevallen hulp verlenen aan burgers van de Unie die daarom verzoeken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel