**1.** Om het doel, gesteld in artikel 2 van dit Verdrag, te bereiken, nemen de Verdragsluitende Partijen maatregelen die betrekking hebben op het gehele gedeelte van het stroomgebied gelegen op hun grondgebied.
**2.** Bij hun handelen laten de Verdragsluitende Partijen zich leiden door de volgende beginselen:
het voorzorgsbeginsel, uit hoofde waarvan het treffen van maatregelen ter vermijding van mogelijke wezenlijke grensoverschrijdende effecten van het lozen van gevaarlijke stoffen niet wordt uitgesteld om de reden dat het bestaan van een causaal verband tussen de lozing van die stoffen enerzijds en een mogelijk wezenlijk grensoverschrijdend effect anderzijds niet volledig door wetenschappelijk onderzoek is aangetoond;
het beginsel van preventie, uit hoofde waarvan in het bijzonder schone technologie wordt toegepast, onder economisch aanvaardbare voorwaarden;
het beginsel dat de beheersing en de vermindering van verontreiniging bij voorrang aan de bron moet plaatsvinden, uit hoofde waarvan de Verdragsluitende Partijen zich ervoor inspannen de beste beschikbare technologieën en de meest milieuveilige handelwijzen ter vermindering van de lozingen van gevaarlijke stoffen vanuit puntbronnen en diffuse bronnen, onder economisch aanvaardbare voorwaarden, toe te passen;
het beginsel dat de vervuiler betaalt, uit hoofde waarvan de kosten van maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de verontreiniging worden gedragen door de vervuiler.
**3.** De Verdragsluitende Partijen handelen op vergelijkbare wijze in het gehele stroomgebied, teneinde verstoring van de mededinging te voorkomen.
**4.** De Verdragsluitende Partijen spannen zich, elk voor zich, ervoor in om met passende maatregelen een integraal beheer van het stroomgebied van de Schelde te verwezenlijken.
**5.** De Verdragsluitende Partijen overleggen gezamenlijk teneinde de voorwaarden voor een duurzame ontwikkeling van de Schelde en van haar stroomgebied te verzekeren.
**6.** De Verdragsluitende Partijen beschermen en waar mogelijk verbeteren de kwaliteit van het aquatisch ecosysteem van de Schelde, onder andere door inrichtingsmaatregelen en door geleiding van het gebruik van de rivier.
**7.** De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan het recht van de Verdragsluitende Partijen om afzonderlijk of gezamenlijk strengere maatregelen aan te nemen en toe te passen dan die uit hoofde van dit Verdrag.
**8.** De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van Verdragsluitende Partijen die voortvloeien uit andere verdragen, voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Verdrag en verband houdend met het doel ervan.
Artikel 3
Beginselen van de samenwerking
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van de Schelde· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2003