Voor de geldigheidsduur van dit Verdrag worden de bepalingen vervat in het tweede, derde en vierde lid van artikel 16 van het Verdrag van 13 mei 1963 betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn geacht te zijn vervangen door de in hoofdstuk II van dit Verdrag overeengekomen regelingen.
HOOFDSTUK IV
Artikel 8
Compensatie van de zoetwaterverliezen van de Kreekraksluizen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de afvoer van het water van de Maas· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1996