Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 5

Kosten en betalingen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1996

1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken verstaan: de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder a, bedoelde opruimingswerken; de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder b, bedoelde oeververdedigingswerken; de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder c, bedoelde herstelwerken; de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder d, bedoelde verruimingswerken; en de kosten van monitoring, studie en onderzoek van de effecten van de werken op het watersysteem van de Westerschelde. 2. Onder de in het eerste lid van dit artikel vermelde kosten zijn mede begrepen: de kosten van schaden op Nederlands grondgebied, die een rechtstreeks gevolg zijn van de uitvoering van deze werken, daaronder begrepen schaden waarvoor het Koninkrijk der Nederlanden naar Nederlands recht aansprakelijk is; de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden voor onderzoek, adviezen en laboratoriumproeven; de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden, in het geval van door het Koninkrijk der Nederlanden uitgevoerde werken, voor administratie, opstellen van de plannen en de aanbestedingsstukken en toezicht op de uitvoering. Deze kosten worden vastgesteld op 12% van de aannemingssom; de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden, in het geval van door het Koninkrijk der Nederlanden aan derden opgedragen werken, voor administratie en toezicht op de uitvoering. Deze kosten worden vastgesteld op 6% van de aannemingssom; de kosten wegens ingebruikneming van door het Koninkrijk der Nederlanden voor de werken ter beschikking gestelde gronden of materialen; en de belasting op de toegevoegde waarde. 3. Van de kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken komen ten laste van het Koninkrijk der Nederlanden: de in dit artikel, eerste lid onder a, b en c, bedoelde onderhoudskosten; de in dit artikel, eerste lid onder a en b, bedoelde kosten van voorbereiding en uitvoering tot een totaalbedrag van f 54 miljoen; de in dit artikel, eerste lid onder c, bedoelde kosten van voorbereiding en uitvoering, voor zover deze uitgaan boven een totaalbedrag van f 44 miljoen; en de in dit artikel, eerste lid onder e, bedoelde kosten van monitoring, studie en onderzoek. 4. De overige in het eerste lid van dit artikel bedoelde kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken komen ten laste van het Vlaams Gewest. 5. Het Vlaams Gewest kan generlei aanspraak maken op de eigendom van de overeenkomstig het bepaalde in dit Verdrag uitgevoerde werken, noch op de ten behoeve van de uitvoering daarvan door het Koninkrijk der Nederlanden aangekochte, onteigende of ter beschikking gestelde roerende of onroerende goederen. 6. De betalingsregeling is opgenomen in bijlage E.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel