Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Verdragsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Verdragsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag van Chicago vastgestelde normen.
Elke Verdragsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Verdragsluitende Partij.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) wordt vanaf 17 december 2010, wanneer in de tekst van het bilaterale Verdrag wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/222). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) vormen vanaf 17 december 2010 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/222).
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) wordt vanaf 17 december 2010, wanneer in de tekst van het bilaterale Verdrag wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/222). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) vormen vanaf 17 december 2010 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/222).
Artikel 13
Erkenning van bewijzen en vergunningen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Azerbajdzjaanse Republiek inzake luchtdiensten· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1997