Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Tarieven

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Azerbajdzjaanse Republiek inzake luchtdiensten· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 1997

1. De door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Verdragsluitende Partijen in rekening te brengen tarieven voor vervoer tussen hun grondgebieden dienen de tarieven te zijn die zijn goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen, en dienen te zijn vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, waaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van de andere luchtvaartmaatschappijen voor enig deel van de omschreven route. 2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, overeengekomen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen door middel van toepassing van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging („International Air Transport Association”) voor de vaststelling van tarieven. Wanneer zulks niet mogelijk is, worden de tarieven overeengekomen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen. In elk geval is voor de tarieven de goedkeuring van de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen vereist. 3. Alle aldus overeengekomen tarieven worden ten minste zestig (60) dagen voor de voorgestelde datum van invoering ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen, tenzij de bedoelde autoriteiten overeenkomen deze termijn in bijzondere gevallen te bekorten. 4. De tarieven kunnen uitdrukkelijk worden goedgekeurd of worden, indien geen van beide luchtvaartautoriteiten binnen dertig (30) dagen na de datum van voorlegging overeenkomstig het derde lid van dit artikel te kennen heeft gegeven de tarieven niet goed te keuren, geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval de termijn van voorlegging wordt bekort, zoals bepaald in het derde lid van dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten overeenkomen dat de termijn waarbinnen kennisgeving van afkeuring moet geschieden, dienovereenkomstig wordt bekort. 5. Indien een tarief niet kan worden overeengekomen overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, of indien gedurende de overeenkomstig het vierde lid van dit artikel geldende termijn de ene luchtvaartautoriteit de andere luchtvaartautoriteit te kennen geeft dat zij een overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van dit artikel overeengekomen tarief niet goedkeurt, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen het tarief in onderlinge overeenstemming vast te stellen. 6. Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent een overeenkomstig het derde lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief, of omtrent de vaststelling van een tarief krachtens het vijfde lid van dit artikel, wordt het geschil geregeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 van dit Verdrag. 7. Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld. 8. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen mogen geen tarieven in rekening brengen die afwijken van die welke in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel zijn goedgekeurd. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) wordt vanaf 17 december 2010, wanneer in de tekst van het bilaterale Verdrag wordt verwezen naar luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/222). De bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) vormen vanaf 17 december 2010 een aanvulling op dit artikel (Trb. 2012/222). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) wordt vanaf 17 december 2010, wanneer in de tekst van het bilaterale Verdrag wordt verwezen naar luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/222). De bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake bepaalde aspecten van de luchtdiensten van 7 juli 2009 (Pb. EU L 265 van 9 oktober 2009, blz. 25-33) vormen vanaf 17 december 2010 een aanvulling op dit artikel (Trb. 2012/222).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel