Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Verdrag inzake duurzame ontwikkeling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 12 augustus 1996

De in artikel I genoemde beleidsmaatregelen, afspraken, programma's en projecten kunnen de volgende doelstellingen hebben: het plannen en uitvoeren van een ontwikkelingsbeleid, waarbij rekening wordt gehouden met de principes die zijn verwoord in de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling en de vereisten die voortvloeien uit het begrip duurzame ontwikkeling, zoals dit wordt beschreven in Agenda 21, aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling, die plaatsvond van 3 tot 14 juni 1992 in Rio de Janeiro; het invoeren van produktie-, distributie- en consumptiesystemen waarbij de ecologische basis van ontwikkeling wordt beschermd; het bevorderen en uitvoeren van een duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen; het behouden van de biodiversiteit en het gebruik daarvan op duurzame wijze; het bevorderen en uitvoeren van maatregelen ter preventie en beperking van afvalproduktie; het controleren van grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke stoffen en het voorkomen, controleren en elimineren van grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijke afvalstoffen door de lucht, via het water en door de bodem; het invoeren van maatregelen om langzamerhand een einde te máken aan de produktie en consumptie van chloorfluorkoolwaterstoffen en andere stoffen die de ozonlaag aantasten, teneinde deze te beschermen; het terugdringen van de netto-emissies van gassen die het broeikaseffect veroorzaken, met name C02, door een verantwoord gebruik van energie en door gebruik van alternatieve brandstoffen, vernieuwbare energiebronnen en bebossing, teneinde de oorzaken van de klimaatsverandering te voorkomen, te beheersen en terug te dringen, alsmede de schadelijke effecten ervan te verminderen; het nastreven en aannemen van beleidsmaatregelen, waardoor de inwoners in hun eigen land gelijkwaardige toegang krijgen tot een duurzaam gebruik van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen; het bevorderen van de participatie van burgers in hun eigen land in de besluitvormingsprocessen en activiteiten op het gebied van duurzame ontwikkeling; het versterken van de vitale rol van vrouwen in het milieubeheer als een onontbeerlijk onderdeel van duurzame ontwikkeling; het bevorderen van wetenschappelijke en technologische samenwerking, technologie-overdracht en gezamenlijke ontwikkeling van human resources, teneinde in beide landen managementcapaciteit te genereren op het gebied van duurzame ontwikkeling; voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, middels directe of indirecte overdracht van middelen, het bijdragen aan de betaling van extra investeringskosten, inclusief investeringen in produktieprocessen, waardoor aan een duurzame ontwikkeling in Costa Rica wordt bijgedragen; het bevorderen van de totstandkoming en uitvoering van handelsverdragen of andersoortige verdragen die het proces van duurzame ontwikkeling ten goede komen; . het bevorderen van macro-economische steun en van steun die gericht is op schuldverlichting, met als doel het proces van duurzame ontwikkeling te versterken; en het bevorderen en verwezenlijken van iedere andere vorm van samenwerking of uitwisseling die beide partijen van positieve invloed achten op het proces van duurzame ontwikkeling.

Rechtspraak bij dit artikel