Naar hoofdinhoud

Artikel V

Artikel V

Onderdeel van Verdrag inzake duurzame ontwikkeling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 12 augustus 1996

1. De beide Regeringen richten hierbij een Gezamenlijke Commissie op, waarvoor elk van beide Regeringen niet meer dan twee hoge functionarissen aanwijst. Beide Regeringen zullen een nationaal uitvoerend mechanisme aanwijzen volgens het bepaalde in artikel VI. 2. De eerste vergadering van de Gezamenlijke Commissie zal bijeen worden geroepen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en die van de Republiek Costa Rica, en wel binnen maximaal zes maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Daarna zullen de vergaderingen van de Gezamenlijke Commissie plaatsvinden ofwel op besluit van deze Commissie, ofwel op schriftelijk verzoek van één van beide Regeringen. 3. De Gezamenlijke Commissie zal de uitvoering van dit Verdrag door middel van de in artikel I genoemde beleidsmaatregelen, afspraken, programma 's en projecten, bevorderen en permanent onder toezicht houden. 4. De Gezamenlijke Commissie kan de uitvoering van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk delegeren aan de in artikel VI genoemde uitvoerende instanties, al naar gelang in welk land de activiteiten plaatsvinden. 5. De Gezamenlijke Commissie zal beslissen welke natuurlijke personen, al dan niet vertegenwoordigers van gouvernementele of nietgouvernementele organisaties, op grond van hun voor dit Verdrag relevante ervaring in aanmerking komen om haar vergaderingen als waarnemers bij te wonen teneinde hun advies in te winnen, op basis van de door genoemde Commissie te stellen voorwaarden. 6. De beslissingen van de Gezamenlijke Commissie zullen worden genomen op basis van eenstemmigheid tussen beide partijen.

Rechtspraak bij dit artikel