Naar hoofdinhoud
1. De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst. Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die van oorsprong zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij. 2. De in artikel V, leden 2,3, 4 en 5, van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de Partijen van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel