Naar hoofdinhoud
1. Elk geschil betreffende de interpretatie of de uitvoering van dit Verdrag wordt, na schriftelijke notificatie door een Partij aan de andere van haar verzoek tot opening van de in dit artikel bepaalde procedure, voorgelegd aan de Ministers met het oog op een minnelijke regeling. De Ministers kunnen in onderling akkoord een beroep doen op een bemiddelaar of bepaalde kwesties voor advies voorleggen aan één of meer deskundigen. Zo de Ministers niet binnen 90 dagen na voornoemde notificatie overeenstemming hebben bereikt over een minnelijke regeling, dan wel zodra één van de Ministers vaststelt dat hierover redelijkerwijs geen overeenstemming kan worden bereikt, kan het geschil op schriftelijk verzoek van één der Partijen ter beslechting worden voorgelegd aan een arbitrale commissie. De beslissing van deze commissie is bindend voor de Partijen. 2. De arbitrale commissie bestaat uit drie arbiters, van wie elke Partij er één benoemt. De twee aldus gekozen arbiters duiden in onderlinge overeenstemming de derde arbiter aan, die voorzitter zal zijn en niet de nationaliteit van één van de Partijen mag bezitten. Zo de benoeming van één of meer arbiters niet is geschied binnen 45 dagen na het arbitrageverzoek, wordt zij op verzoek van de meest gerede Partij verricht door de Voorzitter van het Internationaal Gerechtshof. 3. De arbitrale commissie houdt zitting op de plaats in België of Nederland die zij zelf bepaalt. De commissie hoort de Partijen, onderzoekt hun aanspraken en doet uitspraak binnen 180 dagen na de benoeming van de laatste arbiter. Zij stelt zelf haar procedurereglement vast. Zij kan in elke stand van het geding, na de Partijen te hebben gehoord, de conservatoire maatregelen voorschrijven die zij noodzakelijk acht, of reeds voorgeschreven conservatoire maatregelen intrekken. Zodanige maatregelen lopen niet vooruit op beslissingen in het geding zelf.

Rechtspraak bij dit artikel