Wanneer de douaneautoriteiten van de ene Verdragsluitende Partij zich, in de gevallen waarin artikel 12 van dit Verdrag voorziet, bevinden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dienen zij op verzoek te allen tijde hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen. Zij genieten wettelijke bescherming in overeenstemming met de nationale wetgeving van de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1997