**1.** De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdrag-sluitende Partijen worden op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop dit Verdrag betrekking heeft.
**2.** Elke Verdragsluitende Partij treft alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij nadelig beïnvloeden.
**3.** De overeengekomen diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Verdragsluitende Partijen worden aangeboden dienen nauw aan te sluiten op de behoeften van het publiek aan vervoer op de omschreven routes en dienen als voornaamste doelstelling te hebben het bieden van een toereikende capaciteit om te voorzien in de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoeften met betrekking tot het vervoer van passagiers, vracht en post tussen het grondgebied van de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst en de landen van uiteindelijke bestemming van het verkeer.
**4.** Het voorzien in het vervoer van passagiers, vracht en post, zowel opgenomen als afgezet op punten op de omschreven routes op de grondgebieden van andere Staten dan die welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, dient te geschieden in overeenstemming met het algemene beginsel dat de capaciteit dient aan te sluiten bij:
de vervoersbehoeften tussen het land van oorsprong en de landen van bestemming;
de vervoersbehoeften van het gebied waar de luchtvaartmaatschappij en/of haar codeshare-partner(s) doorheen voeren, rekening houdend met lokale en regionale diensten die zijn ingesteld door luchtvaartmaatschappijen van de Staten die dit gebied vormen; en
de behoefte aan exploitatie van doorgaande vluchten.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 9 juni 2006 (Pb. EU L 217 van 8 augustus 2006, blz. 17-27) wordt vanaf 25 februari 2008, wanneer in de tekst van het Verdrag, met Bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/177).
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 9 juni 2006 (Pb. EU L 217 van 8 augustus 2006, blz. 17-27) wordt vanaf 25 februari 2008, wanneer in de tekst van het Verdrag, met Bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/177).
Artikel 8
Eerlijke concurrentie
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Macedonische Regering inzake luchtdiensten tussen en via hun respectieve grondgebieden· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 november 1997