In een installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden dienen de werknemers en hun vertegenwoordigers volgens daarvoor in aanmerking komende samenwerkingsprocedures te worden geraadpleegd om een veilig arbeidsproces te waarborgen. De werknemers en hun vertegenwoordigers dienen in het bijzonder:
adequaat en afdoende te worden geïnformeerd over de gevaren die aan deze installatie zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen daarvan;
te worden geïnformeerd over alle van de bevoegde autoriteit uitgaande voorschriften, instructies of aanbevelingen;
te worden geraadpleegd bij de voorbereiding van, en toegang te hebben tot de volgende documenten:
het veiligheidsrapport;
rampenplannen en noodprocedures;
ongevallenrapporten;
regelmatig te worden geïnstrueerd en te worden geschoold in werkwijzen en procedures ter voorkoming van zware ongevallen en tot beheersing van gebeurtenissen die tot dergelijke ongevallen kunnen leiden, alsmede in de noodprocedures die moeten worden gevolgd indien zich een zwaar ongeval voordoet;
binnen het kader van hun functie en zonder dat hun dit op enigerlei wijze kan benadelen, corrigerende maatregelen te nemen en, indien noodzakelijk, hun werk te onderbreken wanneer zij op basis van hun opleiding en ervaring redelijkerwijs kunnen aannemen dat er een dreigend gevaar van een zwaar ongeval bestaat, en voor of zo snel mogelijk na het treffen van deze maatregelen, hun chef hiervan op de hoogte te stellen of, naar gelang het geval, de alarminstallatie in werking te stellen;
met hun werkgever alle potentiële gevaren te bespreken die naar hun mening een zwaar ongeval kunnen veroorzaken, en het recht te hebben de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van deze gevaren.
DEEL V
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verdrag betreffende het voorkomen van zware industriële ongevallen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 maart 1998