Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot communicatie en publicaties

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) betreffende de zetel van de OVCW· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 7 juni 1997

1. De Regering staat het de OVCW toe vrijelijk en zonder vereiste bijzondere toestemming te communiceren voor alle officiële doeleinden, en beschermt haar recht hiertoe. De OVCW heeft het recht codes te gebruiken en officiële correspondentie en andere officiële berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen. 2. De OVCW geniet, voor zover verenigbaar met het Internationaal Verdrag betreffende de Telecommunicatie van 6 november 1982, wat haar officiële communicatie betreft een niet minder gunstige behandeling dan die welke door de Regering wordt toegekend aan andere organisaties of regeringen, met inbegrip van diplomatieke zendingen van die andere regeringen ter zake van prioriteiten en tarieven voor poststukken, kabeltelegrammen, telegrammen, telexberichten, radiogrammen, televisie, telefoon, telefax en andere vormen van communicatie, alsmede perstarieven voor mededelingen aan de pers en de radio. 3. De Regering erkent het recht van de OVCW om binnen het Koninkrijk der Nederlanden vrijelijk berichten te publiceren en uit te zenden voor de doeleinden die zijn omschreven in het Verdrag. Alle aan de OVCW gerichte en door de OVCW verzonden officiële berichten, ongeacht de wijze van verzending, zijn onschendbaar. Deze onschendbaarheid heeft onder andere betrekking op publicaties, stilstaande en bewegende beelden, video's, films, geluidsopnamen en computerprogrammatuur. Deze opsomming is niet limitatief. 4. De OVCW mag een radiozender installeren en gebruiken met toestemming van de Regering; nadat de golflengte is overeengekomen, wordt deze toestemming niet op onredelijke gronden geweigerd. 5. Niets in het derde en vierde lid van dit artikel wordt zodanig uitgelegd als zou de OVCW worden vrijgesteld van de naleving van de wetten van het Koninkrijk der Nederlanden alsmede alle verdragen waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is met betrekking tot auteursrechten.

Rechtspraak bij dit artikel