Naar hoofdinhoud

Artikel 17

Voorrechten en immuniteiten van vertegenwoordigers en van plaatsvervangers en adviseurs van delegatieleiders

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) betreffende de zetel van de OVCW· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 7 juni 1997

1. Vertegenwoordigers van de Staten die Partij zijn en plaatsvervangers en adviseurs van de delegatieleiders genieten, onverminderd de andere voorrechten en immuniteiten die zij genieten bij de uitoefening van hun functies en gedurende hun reizen van en naar de zetel, binnen en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden de volgende voorrechten en immuniteiten: immuniteit van arrestatie of detentie van hun persoon; immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun officiële functies verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen deze functies niet meer uitoefenen; onschendbaarheid van al hun stukken, documenten en ander officieel materiaal; het recht codes te gebruiken en officiële correspondentie en ander officieel materiaal te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen; vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, en de hun ten laste komende kinderen, van inreisbeperkingen, registratieverplichtingen voor vreemdelingen en verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst; dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten als die welke bij internationale crises gelden voor leden met vergelijkbare rang van het personeel van bij het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen; dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke de Regering toekent aan vertegenwoordigers van andere regeringen bij tijdelijke officiële zendingen; en dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke en officiële bagage als die welke de Regering toekent aan leden met vergelijkbare rang van het personeel van in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen. 2. Het hierboven onder e tot en met h bepaalde is niet van toepassing op vertegenwoordigers van Staten die Partij zijn die Nederlands staatsburger zijn of hun permanente verblijfplaats in het Koninkrijk der Nederlanden hebben. 3. Voorzover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden periodes, gedurende welke de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen in het Koninkrijk der Nederlanden aanwezig zijn voor de uitoefening van hun functies, niet beschouwd als periodes van ingezetenschap. Deze personen zijn met name vrijgesteld van belastingen op hun salarissen en emolumenten gedurende deze periodes.

Rechtspraak bij dit artikel