Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Voorrechten en immuniteiten van deskundigen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) betreffende de zetel van de OVCW· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 7 juni 1997

1. Deskundigen genieten binnen en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden de volgende voorrechten en immuniteiten voorzover nodig voor de doelmatige uitoefening van hun functie en gedurende hun reizen in verband met deze functies en gedurende hun aanwezigheid op de zetel: immuniteit van arrestatie of detentie van hun persoon en van inspectie of inbeslagneming van hun officiële bagage; immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun officiële functies verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen geen functionarissen meer zijn van, op dienstreis zijn voor, in commissies zitting hebben van of als consultant optreden voor de OVCW, of niet langer aanwezig zijn op de zetel of niet langer de door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen bijwonen. Deze immuniteit strekt zich in geen geval uit tot civiele actie van een derde wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd door of bediend namens de deskundige of met betrekking tot een verkeersovertreding waarbij een dergelijk voertuig was betrokken; onschendbaarheid van alle stukken, documenten, en ander officieel materiaal; het recht om ten behoeve van alle communicatie met de OVCW codes gebruiken en stukken, correspondentie of ander officieel materiaal te verzenden of te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen; vrijstelling met betrekking tot hen zelf en hun echtgenoten van inreisbeperkingen, vreemdelingenregistratie en verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst; dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten als die welke in geval van een internationale crisis gelden voor leden met vergelijkbare rang van het personeel van in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen; en dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse Regeringen op tijdelijke officiële zendingen. 2. Voorzover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden periodes, gedurende welke de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen die niet reeds ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden zijn, maar in het Koninkrijk der Nederlanden aanwezig zijn ter vervulling van hun taken, niet beschouwd als periodes van ingezetenschap. Deze personen zijn met name vrijgesteld van belastingen op de door hen gedurende deze periodes van de OVCW ontvangen salarissen en emolumenten. 3. Deskundigen die Nederlands staatsburger zijn of permanent ingezetene zijn in het Koninkrijk der Nederlanden genieten slechts de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die hun ingevolge het eerste lid, letter a, met betrekking tot hun officiële bagage, en ingevolge het eerste lid, letters b, c, d en g, worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel