**1.** Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Tunesië daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn:
alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Tunesië, of op een wezenlijk deel daarvan;
alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, met uitzondering van afwijkingen die zijn toegestaan krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
**2.** Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en voor onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende produkten, die van de artikelen 65 en 66 van dit verdrag, en de regels betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.
**3.** De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2.
In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van de Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c, en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2.
**4.** Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder c, komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Tunesië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Tunesië wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.
Tijdens deze zelfde periode mag Tunesië bij wijze van uitzondering met betrekking tot onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende ijzer- en staalprodukten, overheidssteun voor herstructurering verlenen, mits:
deze steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode onder normale marktvoorwaarden levensvatbaar zijn;
het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt blijven tot hetgeen voor dit herstel van de levensvatbaarheid absoluut noodzakelijk is, en ze geleidelijk worden verminderd; en
het herstructureringsprogramma aansluit bij een algemene rationalisatie van de capaciteit in Tunesië.
De Associatieraad besluit met inachtneming van de economische situatie in Tunesië, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.
Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
**5.** Met betrekking tot de produkten vermeld in hoofdstuk II van titel 2:
is het bepaalde in lid 1, onder c., niet van toepassing;
dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder a, te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.
**6.** Indien de Gemeenschap of Tunesië van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en:
deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat
bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,
kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c, van dit artikel kunnen indien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of in een andere in het kader daarvan tot stand gekomen handeling die op beide partijen van toepassing is.
**7.** Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
TITEL IV › HOOFDSTUK II
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1998