Naar hoofdinhoud
1. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor de handhaving door de Gemeenschap van een landbouwelement voor produkten van oorsprong uit Israël en genoemd in bijlage II van deze Overeenkomst, met uitzondering van de in bijlage III genoemde produkten. Dit landbouwelement wordt berekend op basis van de verschillen in prijs op de markt van de Gemeenschap van de landbouwprodukten die geacht worden in deze goederen te zijn verwerkt en de prijs van uit derde landen ingevoerde produkten, wanneer de totale kosten van genoemde basisprodukten hoger is in de Gemeenschap. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. Indien ten aanzien van dit landbouwelement tarificatie heeft plaatsgevonden, wordt het vervangen door het respectieve specifieke recht. 2. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor de handhaving door Israël van een landbouwelement voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en genoemd in bijlage IV, met uitzondering van de in bijlage V genoemde produkten. Dit landbouwelement wordt mutatis mutandis berekend op basis van de in punt 1, onder b, genoemde criteria. Het kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. Israël kan de lijst van produkten waarop dit landbouwelement van toepassing is, uitbreiden, op voorwaarde dat de produkten niet worden genoemd in bijlage V en zijn opgenomen in bijlage II van deze Overeenkomst. Voorafgaande aan de goedkeuring wordt het Associatiecomité in kennis gesteld van dit landbouwelement. Het Associatiecomité bestudeert het en neemt dienaangaande een besluit. 3. In afwijking van artikel 8, mogen de Gemeenschap en Israël op de in respectievelijk bijlage III en V genoemde produkten de voor elk daarvan genoemde rechten toepassen. 4. De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste landbouwelementen kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël de heffing die van toepassing is op een basislandbouwprodukt is verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor verwerkte landbouwprodukten. 5. De in lid 4 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken produkten en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten, waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld. 6. De lijst van produkten waarvoor een concessie wordt gedaan in de vorm van een verlaagd landbouwelement in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël, alsmede de omvang van deze concessies worden vastgesteld in bijlage VI.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel