**1.** Door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen ambtenaren kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, op schriftelijk verzoek:
ten kantore van de aangezochte administratie de aldaar aanwezige documenten, dossiers en andere van belang zijnde gegevens raadplegen om daaruit alle informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving over te nemen;
kopieën maken van de documenten, dossiers en andere gegevens die met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving van belang zijn;
aanwezig zijn bij elk onderzoek door de aangezochte administratie dat voor de verzoekende administratie van belang is in haar douanegebied; en
het resultaat van een onder c bedoeld onderzoek, alsmede alle andere informatie mededelen aan hun douane-administratie.
**2.** Wanneer ambtenaren van de verzoekende administratie onder de in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen.
**3.** De ambtenaren van de verzoekende administratie krijgen gedurende hun verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij de bescherming en bijstand van de aangezochte administratie die beschikbaar zijn ingevolge de nationale wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij. Onverminderd deze bepaling en voor zover verenigbaar met toepasselijke immuniteiten, zijn de ambtenaren verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 13
Artikel 13
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1998