**1.** De Raad bestaat uit één vertegenwoordiger van elk lid en elk geassocieerd lid van het Instituut.
**2.** De Raad komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Een buitengewone zitting van de Raad wordt belegd:
op verzoek van het Bestuur
op initiatief van een derde van de leden van de Raad.
**3.** Tot vergaderingen van de Raad kunnen waarnemers worden uitgenodigd, maar zij hebben geen stemrecht. Geassocieerde Leden worden uitgenodigd tot vergaderingen van de Raad. Zij hebben het recht deel te nemen aan vergaderingen van de Raad en deze toe te spreken, maar zij hebben geen stemrecht noch het recht anderszins deel te nemen aan de besluitvorming van de Raad.
**4.** De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan en kiest voor elke vergadering een voorzitter.
**5.** De Raad
bepaalt algemene lijnen voor het werk van het Instituut;
beziet de werkzaamheden van het Instituut;
hecht, met een meerderheid van tweederde, zijn goedkeuring aan nieuwe leden en geassocieerde leden van het Instituut, op aanbeveling van het Bestuur;
bestudeert en besluit met een meerderheid van tweederde over de schorsing van leden en geassocieerde leden, op aanbeveling van het Bestuur;
benoemt de leden en de voorzitter van het Bestuur;
benoemt de Commissie van Voordracht;
benoemt de accountants;
keurt de van een accountantsverklaring voorziene financiële overzichten goed.
**6.** Besluiten van de Raad worden bij consensus genomen. Indien alle pogingen daartoe zijn ondernomen en geen consensus wordt bereikt, kan de voorzitter besluiten om tot formele stemming over te gaan. Een formele stemming vindt ook plaats indien daarom wordt verzocht door een stemgerechtigd lid.
Behalve wanneer in dit Verdrag anders is bepaald, geschiedt formele besluitvorming in de Raad bij een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Elk lid van de Raad heeft recht op één stem en indien de stemmen staken, kan de voorzitter van de vergadering de beslissende stem uitbrengen.
Artikel VII
De Raad
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van het Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 2003