Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK II

Artikel 23

Artikel 23

Onderdeel van Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1999

1. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Kazachstaanse vennootschappen op hun grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen. Onverminderd de in bijlage II genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Kazachstaanse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Kazachstaanse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen. 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 34 en 85 kent de Republiek Kazachstan aan vennootschappen uit de Gemeenschap en filialen daarvan, wat de vestiging en de exploitatie – als bedoeld in artikel 25 – op zijn grondgebied en overeenkomstig zijn wettelijke bepalingen en voorschriften betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan aan vennootschappen uit de Republiek Kazachstan en filialen daarvan of aan vennootschappen uit derde landen en filialen daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel