Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„vervoerder": een persoon (met inbegrip van een rechtspersoon) die in een der Verdragsluitende Partijen gevestigd is en die overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften in het land van vestiging wettig is toegelaten tot de markt voor het vervoer van goederen of personen over de weg tegen betaling of voor eigen rekening;
„voertuig": een motorvoertuig of combinatie van voertuigen waar-van ten minste het motorvoertuig is geregistreerd in een der Verdragsluitende Partijen en dat uitsluitend wordt gebruikt en is uitgerust voor het vervoer van goederen of personen per bus;
„cabotage": het exploiteren van vervoersdiensten binnen het grondgebied van een Verdragsluitende Partij door een op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder;
„vervoer": het rijden met beladen of onbeladen voertuigen over de weg, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit reist per spoor of via waterwegen.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Macedonische Regering inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998