Naar hoofdinhoud
1. De Commandant van het Korps bepaalt de doelstellingen van de oefeningen overeenkomstig de NAVO-doctrine, de nationale richtlijnen en de taken van het Korps als vastgelegd in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord. 2. Oefeningen in het kader van het Korps worden gewoonlijk op het grondgebied van beide Staten gehouden. 3. Na goedkeuring van de autoriteiten van een derde Staat en de bevoegde nationale autoriteiten kunnen oefeningen in de betrokken Staat worden gehouden. 4. Plannen voor binationale oefeningen van het Korps worden door de leider van de oefening of een door hem gemachtigde vertegenwoordiger ter goedkeuring voorgelegd aan de in aanmerking komende nationale autoriteiten. Afhankelijk van de plaats waar de oefening plaatsvindt zijn de procedures en richtlijnen van de ontvangende Staat van toepassing, onder andere met betrekking tot oefeningen die buiten de militaire trainingsfaciliteiten plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel