Naar hoofdinhoud
1. Tijdens de uitoefening van hun functie heeft personeel van het Korps en ander personeel onder verantwoordelijkheid van Verdragsluitende Partijen, het laatstgenoemde voorzover het bezoeken aan nationale of binationale onderdelen van het Korps betreft, geen toestemming voor bezoekers nodig. 2. Met betrekking tot het houden van oefeningen van het Korps of eenheden daarvan waarvoor grensoverschrijding noodzakelijk is, wordt toestemming voor bezoekers geacht te zijn gegeven na goedkeuring van de oefening als bedoeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 21 van dit Akkoord. 3. Toestemming voor bezoekers voor eenheden van het Korps of personeel daarvan wordt gegeven in geval van uitvoering van ceremoniële taken en activiteiten ter bevordering van de binationale samenwerking, bijvoorbeeld in verband met de jumelage van eenheden en sportactiviteiten. Nummer 4 van het Akkoord tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake het medegebruiken van oefenvoorzieningen van 6 oktober 1997 blijft onverminderd van kracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel