**1.** Richtlijnen voor de voorbereiding en/of de inzet van het Korps als Main Defence Force worden door de bevoegde NAVO-bevelhebber, op aanwijzing van SACEUR, aan de Commandant van het Korps gegeven.
**2.** Richtlijnen voor de taken en opdrachten als omschreven in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord worden gegeven aan de Commandant van het Korps door de respectieve bevoegde nationale autoriteiten na onderling overleg en coördinatie.
**3.** Richtlijnen voor nationale doeleinden aan de nationale onderdelen van het Korps of aan de om organisatorische redenen aan het Korps toegevoegde nationale formaties worden door de betreffende bevoegde nationale autoriteiten gegeven via de Commandant van het Korps.
**4.** Overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag heeft de Commandant van het Korps een geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid zodat hij de volledige verantwoordelijkheid kan nemen voor de uitvoering van alle richtlijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel. Dientengevolge kan hij richtlijnen geven aan de binationale en nationale onderdelen van het Korps en zonodig prioriteiten stellen, behalve ten aanzien van nationale territoriale taken. Hij kan deze bevoegdheid delegeren aan ondergeschikte commandanten in mate van noodzakelijkheid. Verdere bijzonderheden met betrekking tot de geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid zijn neergelegd in bijlage B. Wanneer de uitvoering van nationale en/of binationale taken wordt belemmerd, rapporteert de Commandant van het Korps aan de respectieve hogere autoriteiten. Zonodig geven de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber van de Landstrijdkrachten leiding na onderling overleg.
**5.** De Commandant van het Korps bepaalt de reikwijdte en de inhoud van de bevoegdheden van de aan hem ondergeschikte commandanten van de binationale onderdelen, binnen de reikwijdte en de inhoud van zijn eigen bevoegdheden.
**6.** De Verdragsluitende Partijen staan in voor het toezicht op de uitvoering van de binationale taken van het Korps. De Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten houden elkaar op de hoogte van hun bevindingen en bepalen gezamenlijk de te nemen maatregelen.
Artikel 7
Richtlijnen
Onderdeel van Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000