Naar hoofdinhoud

Titel IV

Artikel 14

Niveau van gegevensbescherming

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Elke Lid-Staat treft uiterlijk op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in zijn nationale wetgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in bestanden in het kader van deze Overeenkomst, de nodige maatregelen ter waarborging van een niveau van gegevensbescherming dat ten minste gelijk is aan het niveau dat voortvloeit uit de toepassing van de beginselen van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981, rekening houdend met Aanbeveling R(87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens op politieel gebied. 2. Persoonsgegevens mogen pas krachtens deze Overeenkomst worden verstrekt nadat op het grondgebied van de bij de verstrekking betrokken Lid-Staten de in lid 1 bedoelde regelingen inzake de bescherming van persoonsgegevens in werking zijn getreden. 3. Europol houdt bij het verzamelen, verwerken en gebruiken van persoonsgegevens rekening met de beginselen van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 en met Aanbeveling R(87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987. Europol neemt deze beginselen eveneens in acht voor niet-geautomatiseerde gegevens die het bijhoudt in de vorm van handmatige bestanden, d.w.z. een gestructureerd geheel van persoonsgegevens dat volgens bepaalde criteria kan worden geraadpleegd.

Rechtspraak bij dit artikel