Naar hoofdinhoud

Titel V

Artikel 32

Zwijg- en geheimhoudingsplicht

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. De organen, de leden van de organen, de adjunct-directeuren, het personeel van Europol en de verbindingsofficieren onthouden zich van iedere handeling en iedere meningsuiting die afbreuk zou kunnen doen aan het aanzien van Europol of zijn activiteiten zou kunnen schaden. 2. De organen, de leden van de organen, de adjunct-directeuren, het personeel van Europol, de verbindingsofficieren, alsmede alle overige personen aan wie uitdrukkelijk een zwijg- of geheimhoudingsplicht is opgelegd, zijn verplicht tegenover elke onbevoegde persoon alsook tegenover het publiek geheimhouding te bewaren met betrekking tot alle feitelijke gegevens en inlichtingen welke in de uitoefening van hun functie of in het kader van hun activiteit te hunner kennis komen. Deze plicht geldt niet voor feitelijke gegevens en inlichtingen waarvan het belang geen geheimhouding vereist. De zwijg- en geheimhoudingsplicht geldt ook na beëindiging van hun ambt, dienstverband of activiteit. Van de in de eerste zin bedoelde plicht wordt kennis gegeven door Europol, waarbij wordt gewezen op de strafrechtelijke gevolgen van mogelijke inbreuken; van deze kennisgeving wordt schriftelijk akte genomen. 3. De organen, de leden van de organen, de adjunct-directeuren, het personeel van Europol, de verbindingsofficieren, alsmede de andere aan de in lid 2 bedoelde verplichting onderworpen personen, mogen in een gerechtelijke of extrajudiciële procedure geen gewag maken van of verklaringen af.eggen over feitelijke gegevens en inlichtingen welke in de uitoefening van hun functie of activiteit te hunner kennis zijn gekomen, zonder zich eerst tot de directeur te wenden, of als het de directeur betreft, tot de Raad van Bestuur. De directeur of, naar gelang van het geval, de Raad van Bestuur wendt zich tot de rechter of tot een andere bevoegde instantie met het oog op het treffen van de maatregelen die in het licht van het nationale recht dat op de aangezochte instantie van toepassing is, vereist zijn hetzij om de modaliteiten van de getuigenis te regelen, hetzij om de geheimhouding van de gegevens te waarborgen, hetzij om, voor zover het nationale recht zulks toelaat, de mededeling betreffende de gegevens te weigeren indien de bescherming van fundamentele belangen van Europol of van een Lid-Staat dit vereist. Indien het recht van een Lid-Staat voorziet in het recht om te weigeren te getuigen, moeten personen die opgeroepen worden om te getuigen daartoe naar behoren worden gemachtigd. De machtiging wordt gegeven door de directeur en in geval de directeur zelf moet getuigen, door de Raad van Bestuur. Wanneer een verbindingsofficier wordt opgeroepen om te getuigen betreffende gegevens die hij van Europol heeft ontvangen, wordt deze machtiging verleend na instemming van de Lid-Staat waaronder de betrokken verbindingsofficier ressorteert. Indien daarenboven blijkt dat de getuigenis informatie en inlichtingen kan omvatten die door een Lid-Staat zijn verstrekt of naar alle waarschijnlijkheid een Lid-Staat aangaan, moet het advies van deze Lid-Staat worden ingewonnen voordat de machtiging wordt verleend. De machtiging om te getuigen kan alleen maar worden geweigerd indien dat noodzakelijk is voor het vrijwaren van hogere belangen die door Europol of door de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten dienen te worden beschermd. Deze verplichting geldt ook na beëindiging van hun ambt, dienstverband of activiteit. 4. Elke Lid-Staat beschouwt iedere schending van de in de leden 2 en 3 bedoelde zwijg- en geheimhoudingsplicht als een inbreuk op zijn wettelijke voorschriften betreffende dienst- of beroepsgeheimen of van zijn regelingen ter bescherming van gerubriceerde gegevens. In voorkomend geval stelt elke Lid-Staat uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst de nationale rechtsregels of de bepalingen vast die nodig zijn met het oog op de vervolging van overtredingen van de in de leden 2 en 3 bedoelde zwijg- en geheimhoudingsplicht. De Lid-Staat draagt er zorg voor dat deze regels en bepalingen ook van toepassing zijn op de eigen ambtenaren die in het kader van hun werkzaamheden contacten hebben met Europol.

Rechtspraak bij dit artikel