Naar hoofdinhoud

Titel V

Artikel 36

Controle van de rekeningen

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. De rekeningen over alle ontvangsten en uitgaven op de begroting, alsmede de balans van de activa en passiva van Europol, worden overeenkomstig het financieel reglement jaarlijks gecontroleerd. Daartoe legt de directeur uiterlijk op 31 mei van het daaropvolgende jaar een verslag over het afgesloten boekjaar voor. 2. De rekeningen worden gecontroleerd door een gemeenschappelijk controlecomité, samengesteld uit drie leden die door de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen op voordracht van haar President worden aangewezen. De duur van het mandaat van deze leden bedraagt drie jaar; zij wisselen elkaar hierbij zodanig af dat elk jaar het lid dat reeds drie jaar in het controlecomité zitting had, vervangen wordt. In afwijking van het bepaalde in de tweede zin, wordt voor de eerste samenstelling van het gemeenschappelijk controlecomité na de aanvang door Europol van zijn werkzaamheden het mandaat van het lid dat bij loting op de eerste plaats komt, op twee jaar, op de tweede plaats komt, op drie jaar, en op de derde plaats komt, op vier jaar vastgesteld. De eventuele kosten van de financiële controle komen ten laste van de in artikel 35 bedoelde begroting. 3. Elk jaar legt het gemeenschappelijk controlecomité volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de Raad een controleverslag voor over het afgelopen boekjaar, nadat de directeur en de financiële controleur daarover advies hebben kunnen uitbrengen, en nadat de Raad van Bestuur daaraan een bespreking heeft gewijd. 4. De directeur verstrekt de leden van het gemeenschappelijk controlecomité alle inlichtingen en bijstand die voor de vervulling van hun taak vereist zijn. 5. Na de controle van het verslag over het afgesloten boekjaar, verleent de Raad aan de directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting. 6. De bijzonderheden van de controle van de rekeningen worden in het financieel reglement geregeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel