Naar hoofdinhoud

Titel II

Artikel 7

Het aanleggen van het informatiesysteem

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Om zijn taken te vervullen, wordt door Europol een geautomatiseerd informatiesysteem aangelegd en beheerd, waarin de Lid-Staten, vertegenwoordigd door de nationale eenheden en de verbindingsofficieren, met inachtneming van hun nationale procedures, rechtstreeks gegevens invoeren, en Europol de door derde Staten en instanties verstrekte gegevens alsmede de uit analyses voortvloeiende gegevens invoert. Het informatiesysteem kan rechtstreeks worden geraadpleegd door de nationale eenheden, de verbindingsofficieren, de directeur, de adjunct-directeuren en de daartoe gemachtigde personeelsleden van Europol. De directe toegang van de nationale eenheden tot het informatiesysteem wordt voor de in artikel 8, lid 1, punt 2, vermelde categorie van personen beperkt tot de in artikel 8, lid 2, bedoelde persoonsgegevens. Op verzoek krijgen de nationale eenheden via de verbindingsofficieren toegang tot alle gegevens indien dat voor een bepaald onderzoek noodzakelijk is. 2. Europol heeft tot taak de naleving van de bepalingen inzake samenwerking en het beheer van het informatiesysteem te verzekeren, en is verantwoordelijk voor de goede werking van het informatiesysteem in technisch en operationeel opzicht. Europol treft met name alle nodige maatregelen om te garanderen dat de in de artikelen 21 en 25 genoemde maatregelen met betrekking tot het informatiesysteem in overeenstemming met de regels worden uitgevoerd. 3. In de Lid-Staten is de nationale eenheid verantwoordelijk voor de communicatie met het informatiesysteem. De eenheid is met name bevoegd met betrekking tot de veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 25 ten aanzien van de op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat gebruikte gegevensverwerkingsapparatuur, met betrekking tot de controle uit hoofde van artikel 21 en – voor zover dit op grond van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en procedures van deze Lid-Staat noodzakelijk is – anderszins met betrekking tot de goede uitvoering van deze Overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel