Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Immuniteiten

Onderdeel van Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1999

1. De Ontvangende Staat verleent de personeelsleden immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot het in hun officiële hoedanigheid verrichten of nalaten van handelingen of met betrekking tot in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden. 2. De Ontvangende Staat stelt de Zendstaat en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit het verrichten of nalaten van handelingen door de Zendstaat en de personeelsleden tijdens werkzaamheden vallend onder of ondernomen uit hoofde van dit Verdrag die de dood van of letsel aan derden veroorzaken of schade aan het eigendom van derden, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt, en onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen vanwege extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid. 3. Ingeval de Ontvangende Staat de Zendstaat of de personeelsleden vrijwaart ter zake van een vordering of gerechtelijke stappen op grond van extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, is de Ontvangende Staat gerechtigd alle rechten te doen gelden die de Zendstaat of de personeelsleden kunnen doen gelden. 4. Indien de Ontvangende Staat zulks verzoekt, verschaft de Zendstaat de Ontvangende Staat de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van eventuele problemen die kunnen ontstaan in verband met de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel