Naar hoofdinhoud
1. De Deelnemers komen overeen dat het Canadese Ruimte-Agentschap (hierna te noemen „CSA") voor de Regering van Canada, het Europees Ruimte-Agentschap (hierna te noemen „ESA") voor de Europese Regeringen, het Russische Ruimte-Agentschap (hierna te noemen „RSA") voor Rusland en de Nationale Dienst voor Lucht- en Ruimtevaart (hierna te noemen „NASA") voor de Verenigde Staten de Samenwerkende Organen zullen zijn die zijn belast met de uitvoering van de samenwerking aangaande het ruimtestation. De aanwijzing door de Regering van Japan van het Samenwerkende Orgaan dat de samenwerking aangaande het ruimtestation zal uitvoeren, zal geschieden in het in het tweede lid van dit artikel vermelde Memorandum van Overeenstemming tussen de NASA en de Regering van Japan. 2. De Samenwerkende Organen voeren de samenwerking aangaande het ruimtestation uit overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag, de respectieve Memoranda van Overeenstemming tussen de NASA en het CSA, de NASA en het ESA, de NASA en de Regering van Japan en de NASA en het RSA betreffende de samenwerking aangaande het civiele internationale ruimtestation, en regelingen tussen de NASA en enkele der andere of alle andere Samenwerkende Organen of hun vertegenwoordigers ter uitvoering van de Memoranda van Overeenstemming (hierna te noemen „uitvoeringsregelingen"). De Memoranda van Overeenstemming zijn onderworpen aan dit Verdrag en alle uitvoeringsregelingen dienen verenigbaar en in overeenstemming te zijn met de Memoranda van Overeenstemming. 3. Indien een bepaling van een Memorandum van Overeenstemming rechten of verplichtingen schept die zijn aanvaard door een Samenwerkend Orgaan (of, in het geval van Japan, de Regering van Japan) dat geen partij is bij het desbetreffende Memorandum van Overeenstemming, mag deze bepaling niet worden gewijzigd zonder de schriftelijke toestemming van het betrokken Samenwerkend Orgaan (of, in het geval van Japan, de Regering van Japan). Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.

Rechtspraak bij dit artikel