Naar hoofdinhoud
1. Via hun respectieve Samenwerkende Organen zijn Canada, de Europese Deelnemer, Rusland en de Verenigde Staten, onderscheidenlijk een lichaam dat door Japan zal worden aangewezen op het tijdstip van nederlegging van zijn akte overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van dit Verdrag, eigenaar van de in de Bijlage genoemde elementen die zij leveren, voor zover in dit Verdrag niet anders is bepaald. De Deelnemers doen elkander via hun Samenwerkende Organen kennisgevingen toekomen met betrekking tot de eigendom van enigerlei materieel in of op het ruimtestation. 2. De Europese Deelnemer draagt aan het ESA, dat voor en namens hem optreedt, de eigendom over van de elementen die hij levert, alsmede de eigendom van enigerlei ander materieel dat wordt ontwikkeld en gefinancierd in het kader van een ESA-programma als bijdrage aan het ruimtestation, de exploitatie of het gebruik daarvan. 3. De overdracht van de eigendom van de in de Bijlage genoemde elementen of van materieel in of op het ruimtestation laat de rechten en verplichtingen van de Deelnemers uit hoofde van dit Verdrag, de Memoranda van Overeenstemming of de uitvoeringsregelingen onverlet. 4. Een niet-Deelnemer of een privaatrechtelijke rechtspersoon die onder de rechtsmacht valt van een niet-Deelnemer, kan niet de eigenaar zijn van materieel in of op het ruimtestation, noch kan aan deze de eigendom van de in de Bijlage genoemde elementen worden overgedragen zonder de voorafgaande instemming van de andere Deelnemers. Voor de eigendomsoverdracht van een in de Bijlage genoemd element is de voorafgaande kennisgeving aan de andere Deelnemers vereist. 5. De aanwezigheid van enig door een gebruiker geleverd materieel of materiaal in of op het ruimtestation heeft als zodanig geen gevolgen voor de eigendom van het betrokken materieel of materiaal. 6. De eigendom of registratie van de elementen of de eigendom van het materieel kan op geen enkele wijze dienen ter vaststelling van de eigendom van materiaal of gegevens die worden verkregen als gevolg van activiteiten in of op het ruimtestation. 7. De uitoefening van eigendomsrechten ter zake van elementen en materieel is onderworpen aan alle ter zake dienende bepalingen van dit Verdrag, de Memoranda van Overeenstemming en de uitvoeringsregelingen, met inbegrip van de desbetreffende procedures die daarin zijn vastgelegd. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel