**1.** Gebruiksrechten worden afgeleid van de levering door een Deelnemer van gebruikselementen, van infrastructurele elementen, of van beide. Elke Deelnemer die gebruikselementen voor het ruimtestation levert, behoudt het gebruik van deze elementen, voor zover niet anders is bepaald in dit lid. Deelnemers die hulpmiddelen – die verband houden met hun infrastructurele elementen voor het ruimtestation – leveren voor de exploitatie en het gebruik van het ruimtestation, ontvangen in ruil een vast aandeel in het gebruik van bepaalde gebruikselementen. De specifieke beschikbaarstelling door de Deelnemers van gebruikselementen voor het ruimtestation en van hulpmiddelen die verband houden met de infrastructuur van het ruimtestation worden in de Memoranda van Overeenstemming en de uitvoeringsregelingen omschreven.
**2.** De Deelnemers hebben het recht een willekeurig gedeelte van hun respectieve aandeel te ruilen of te verkopen. De ruil- of verkoopsvoorwaarden worden per geval door de partijen bij de transactie vastgesteld.
**3.** Elke Deelnemer kan zijn aandeel gebruiken en gebruikers daarvoor kiezen voor alle doeleinden die stroken met het doel van dit Verdrag en de bepalingen van de Memoranda van Overeenstemming en de uitvoeringsregelingen, met dien verstande:
dat het voorgenomen gebruik van een gebruikselement door een niet-Deelnemer of door een privaatrechtelijke rechtspersoon die onder de rechtsmacht valt van een niet-Deelnemer vooraf ter kennis dient te worden gebracht van, en tijdige consensus vereist tussen alle Deelnemers via hun Samenwerkende Organen, en
dat de Deelnemer die een element levert, vaststelt of een beoogd gebruik van dat element voor vreedzame doeleinden is, met dien verstande dat hij zich niet op deze bepaling kan beroepen om een Deelnemer te beletten gebruik te maken van hulpmiddelen die afkomstig zijn van de infrastructuur voor het ruimtestation.
**4.** Bij het gebruik van het ruimtestation tracht elke Deelnemer, via zijn Samenwerkend Orgaan, door middel van de in de Memoranda van Overeenstemming vastgelegde procedures te vermijden dat ernstige nadelige gevolgen ontstaan voor het gebruik van het ruimtestation door de andere Deelnemers.
**5.** Elke Deelnemer ziet erop toe dat de andere Deelnemers toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van zijn elementen van het ruimtestation in overeenstemming met hun respectieve aandeel.
**6.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „niet-Deelnemer" niet verstaan een lidstaat van het ESA.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Artikel 9
Gebruik
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van Canada, de Regeringen van de Lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, de Regering van Japan, de Regering van de Russische Federatie en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake samenwerking op het gebied van het civiele internationale ruimtestation· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 juni 2005