Naar hoofdinhoud
1. Zodra de noodzakelijke nationale wettelijke en administratieve bepalingen van beide Verdragsluitende Partijen in werking zijn getreden, verlenen hun douane-administraties elkaar bijstand bij de invordering van douanevorderingen. 2. De aangezochte administratie verleent op verzoek bijstand met het oog op de inning van douanevorderingen, in overeenstemming met de onderscheiden nationale wetgeving of administratieve praktijk van de Verdragsluitende Partijen. 3. De aangezochte administratie gaat op verzoek over tot invordering van douanevorderingen van de verzoekende administratie in overeenstemming met de nationale wetgeving en administratieve praktijk ter zake van de invordering van haar eigen vorderingen betreffende rechten en belastingen. Deze douanevorderingen genieten in de aangezochte Verdragsluitende Partij evenwel geen voorrang en kunnen niet worden ingevorderd door middel van gijzeling van de schuldenaar. De aangezochte administratie is niet verplicht maatregelen gericht op executie te nemen waarin de wetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij niet voorziet. 4. De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn slechts van toepassing op douanevorderingen die het voorwerp zijn van een executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij en die niet worden betwist. Indien de vordering echter betrekking heeft op een verschuldigdheid van rechten of belastingen van een persoon die geen inwoner van de verzoekende Verdragsluitende Partij is, is het derde lid slechts van toepassing indien de douanevordering niet langer kan worden betwist. 5. De verplichting om bijstand te verlenen bij de invordering van douanevorderingen betreffende een overledene ten laste van diens nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of van de door elke rechthebbende op de nalatenschap verkregen goederen, naar gelang of de vordering wordt ingevorderd ten laste van de nalatenschap of ten laste van de rechthebbenden. 6. De aangezochte administratie is niet verplicht het verzoek in te willigen: indien de verzoekende administratie niet alle op haar eigen grondgebied beschikbare middelen heeft benut, tenzij gebruikmaking van die middelen onevenredige moeilijkheden met zich zou meebrengen; indien en in zoverre zij de douanevordering in strijd acht met de bepalingen van dit Verdrag of van enig ander verdrag waarbij beide Verdragsluitende Partijen partij zijn. 7. Het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering van een douanevordering gaat vergezeld van: een verklaring dat de douanevordering een recht of belasting betreft waarop dit Verdrag van toepassing is en dat aan de voorwaarden van het vierde lid van dit artikel is voldaan; een officieel afschrift van de executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij; alle andere voor de invordering vereiste documenten; indien van toepassing, een gewaarmerkt afschrift ter staving van een op de invordering betrekking hebbende beslissing van een administratief lichaam of rechterlijke instantie. 8. De verzoekende administratie vermeldt de in te vorderen douanevordering in haar eigen munteenheid. De douanevorderingen worden ingevorderd in de munteenheid van de aangezochte Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de officiële wisselkoers op de dag waarop het verzoek is ontvangen. 9. De aangezochte administratie neemt op verzoek conservatoire maatregelen ten behoeve van de invordering van een douanevordering, zelfs indien de douanevordering wordt betwist of nog niet het voorwerp is van een executoriale titel, voor zover de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij zulks toelaten. 10. De executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij wordt, indien van toepassing en in overeenstemming met de in de aangezochte Verdragsluitende Partij geldende bepalingen, zo spoedig mogelijk na de datum van ontvangst van het verzoek om bijstand aanvaard, erkend, aangevuld of vervangen door een executoriale titel in de aangezochte Verdragsluitende Partij. 11. Vraagstukken betreffende de eventuele verjaring van het recht tot invordering van een douanevordering worden beheerst door het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. Het verzoek om bijstand bevat bijzondere gegevens betreffende de verjaringstermijn. 12. Door de aangezochte administratie naar aanleiding van het verzoek om bijstand verrichte invorderingshandelingen die overeenkomstig het recht van de aangezochte Verdragsluitende Partij tot gevolg zouden hebben dat de in het elfde lid bedoelde verjaringstermijn wordt opgeschort of onderbroken, dienen dit gevolg ook te hebben op grond van het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. De aangezochte administratie stelt de verzoekende administratie van dergelijke handelingen in kennis. 13. De aangezochte administratie kan uitstel van betaling verlenen of betaling in termijnen toestaan, indien haar nationale wetgeving of administratieve praktijk zulks onder soortgelijke omstandigheden toelaat, doch zij stelt de verzoekende administratie daarvan eerst in kennis. 14. De douane-administraties schrijven in onderlinge overeenstemming regels voor betreffende minimumbedragen van douanevorderingen die vatbaar zijn voor een verzoek om bijstand in de nadere regelingen ter uitvoering van dit Verdrag, vast te stellen op grond van artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel