**1.** Een gevonniste persoon kan overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht:
indien die persoon een onderdaan is van de Partij op wiens grondgebied de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt beoogd en aldaar zijn hoofdverblijf heeft;
indien het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is;
indien de gevonniste persoon, op het tijdstip van ontvangst van het verzoek, nog ten minste zes maanden van de veroordeling moet ondergaan;
indien het handelen of het nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd;
indien de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging het eens zijn over de overbrenging; en
indien door de gevonniste persoon met de overbrenging wordt ingestemd.
**2.** In uitzonderingsgevallen kunnen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging zich akkoord verklaren met een overbrenging zelfs wanneer de duur van het alsnog door de gevonniste persoon te ondergane gedeelte van de veroordeling minder is dan die welke in het eerste lid, letter c, is vermeld, of wanneer de gevonniste persoon wel onderdaan is van de Staat van tenuitvoerlegging, maar niet zijn hoofdverblijf heeft in die Staat.
Artikel 3
Voorwaarden voor overbrenging
Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1998