Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenwerkingsterreinen

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en het Kabinet van Ministers van Oekraïne inzake technische en financiële samenwerking· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 20 april 1999

3.1. De samenwerking geschiedt in de vorm van technische bijstand, financiële bijstand en humanitaire hulp. 3.2. Deze samenwerking kan op bilaterale basis of in samenwerking met derde partijen geschieden. 3.3. Technische bijstand aan de Oekraïense Partij geschiedt door de Nederlandse Partij in de vorm van kennisoverdracht via opleiding en adviesactiviteiten en in de vorm van diensten, alsmede door de levering van uitrusting en materialen die noodzakelijk zijn voor de voorspoedige uitvoering van de projecten of programma's en voor de demonstratie van de Nederlandse kennisoverdracht en technologie. 3.4. De projecten of programma's die vallen onder de technische bijstand voor Oekraïne zullen worden gekoppeld aan geselecteerde problemen van het politieke en economische transformatieproces. 3.5. Financiële bijstand aan de Oekraïense Partij geschiedt door de Nederlandse Partij in de vorm van financiering van goederen, uitrusting, vee en materialen voor projecten of programma's, alsmede in de vorm van de diensten en de kennisoverdracht die noodzakelijk zijn voor de voorspoedige uitvoering van de projecten of programma's. 3.6. De bepalingen van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op projecten of programma's inzake humanitaire hulp tussen de Partijen. 3.7. Afhankelijk van de aard van het project wordt de Nederlandse Partij vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Economische Zaken of, indien de minister van Economische Zaken hiertoe besluit, door zijn uitvoerend agentschap Senter. 3.8. De coördinatie van de in dit Verdrag bedoelde activiteiten in Oekraïne is in handen van de instantie die de internationale technische bijstand coördineert en die optreedt namens het Kabinet van Ministers van Oekraïne.

Rechtspraak bij dit artikel