Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 9, wordt door de bevoegde Deense autoriteiten de toegang naar of het vertrek van de kernbrigadestaf of naar of van de SHIRBRIG-commandant aan personen die daar een officiële functie hebben of aan personen die daar in verband met de officiële werkzaamheden van de kernbrigadestaf zijn uitgenodigd, bij hun aankomst in of vertrek uit Denemarken niet belet. 2. De Regering verbindt zich ertoe hiervoor de binnenkomst en het verblijf in Denemarken van de hieronder genoemde personen toe te staan gedurende de uitvoering van hun taken ten behoeve van de kernbrigadestaf, zonder visumrechten te heffen en zonder vertraging, alsmede met ontheffing van alle vereiste uitreisvisa-formaliteiten bij vertrek uit Denemarken: Vertegenwoordigers van de Stuurgroep voor de Multinationale United Nations Stand-by Forces High Readiness Brigade, alsmede vertegenwoordigers van de SHIRBRIG en vertegenwoordigers van Staten die aan de SHIRBRIG deelnemen, en vertegenwoordigers van intergouvernementele en andere organisaties, waarmee de SHIRBRIG of de kernbrigadestaf officiële betrekkingen zijn aangegaan, die zijn uitgenodigd of bevoegd om deel te nemen aan conferenties of vergaderingen die door de SHIRBRIG of door de kernbrigadestaf in Denemarken bijeen worden geroepen, met inbegrip van plaatsvervangende vertegenwoordigers of waarnemers, adviseurs, deskundigen en assistenten, alsmede hun echtgenoten en de van hen afhankelijke gezinsleden; Functionarissen die zijn aangewezen om voor de kernbrigadestaf te werken en zij die officiële taken hebben bij de kernbrigadestaf, alsmede hun echtgenoten en de van hen afhankelijke gezinsleden; Iedereen die voor officiële bezigheden bij de kernbrigadestaf wordt uitgenodigd. 3. Onverminderd de bijzondere immuniteiten die zij genieten, kunnen de in het tweede lid bedoelde personen door de Deense autoriteiten niet worden gedwongen het Deense grondgebied te verlaten, tenzij zij de hun toegekende voorrechten misbruiken door het verrichten van activiteiten die onverenigbaar zijn met de hun in deze Bepalingen verleende rechtspositie, en afhankelijk van de volgende bepalingen: De in het tweede lid bedoelde personen mogen niet worden gedwongen het Deense grondgebied te verlaten, tenzij met voorafgaande goedkeuring van het Deense Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een dergelijke goedkeuring wordt uitsluitend gegeven na overleg met de diplomatieke vertegenwoordigers van de Staat waartoe de persoon behoort; Personen die op grond van deze Bepalingen voorrechten en immuniteiten genieten, kunnen uitsluitend worden verzocht het Deense grondgebied te verlaten in overeenstemming met de praktijken en procedures die van toepassing zijn op bij de Regering geaccrediteerde diplomaten; De in het tweede lid bedoelde personen zijn niet uitgezonderd van de toepassing van quarantaineregelingen of andere voorschriften inzake de volksgezondheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel