**1.** Indien de adoptie moet plaatsvinden na de overbrenging van het kind naar de Staat van opvang en de Centrale Autoriteit van die Staat van oordeel is dat met het voortgezette verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders het hoogste belang van het kind niet is gediend, neemt zij de nodige maatregelen om het kind te beschermen, met name door:
het kind bij de aspirant-adoptiefouders weg te nemen en voor tijdelijke opvang zorg te dragen;
in overleg met de Centrale Autoriteit van de Staat van herkomst onverwijld zorg te dragen voor herplaatsing van het kind met het oog op adoptie of, indien deze maatregel niet passend is, zorg te dragen voor een andere vorm van langdurige verzorging; adoptie van het kind kan slechts plaatsvinden indien de Centrale Autoriteit van de Staat van herkomst naar behoren is ingelicht over de nieuwe aspirant-adoptiefouders;
in de laatste plaats, het kind te doen terugkeren indien zijn belangen zulks vereisen.
**2.** Afhankelijk, in het bijzonder, van zijn leeftijd en zijn ontwikkelingspeil, wordt het kind geraadpleegd en wordt, waar passend, zijn toestemming tot de op grond van dit artikel te nemen maatregelen verkregen.
HOOFDSTUK IV
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998