Adopties als bedoeld in dit Verdrag kunnen slechts plaatsvinden indien de bevoegde autoriteiten van de Staat van opvang:
hebben vastgesteld dat de aspirant-adoptiefouders aan de vereisten voor adoptie voldoen en daartoe geschikt zijn;
zich ervan hebben verzekerd dat de aspirant-adoptiefouders de nodige voorlichting hebben ontvangen; en
hebben vastgesteld dat het het kind toegestaan is of toegestaan zal worden om die Staat binnen te komen en aldaar permanent te verblijven.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998