Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake betaald werk van gezinsleden van diplomatiek en consulair personeel; Canberra, 24-09-1997· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 13 augustus 1998

a. Gezinsleden die deel uitmaken van het officiële huishouden van een lid van de diplomatieke vertegenwoordiging of een consulaire post van de zendstaat wordt toegestaan betaalde werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat in overeenstemming met de bepalingen van de wet van de ontvangende staat en onder voorbehoud van de bepalingen van dit Verdrag. b. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „een lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post": elk personeelslid van de zendstaat (die geen onderdaan is van noch zijn vaste verblijfplaats heeft in de ontvangende staat) werkzaam bij een diplomatieke vertegenwoordiging, een consulaire post of een vertegenwoordiging bij een internationale organisatie; „een gezinslid": een persoon die als zodanig door de ontvangende staat is erkend en die deel uitmaakt van het officiële huishouden van een lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post; en „Verdrag inzake diplomatiek verkeer": het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961. c. Als regel wordt geen toestemming verleend, indien de aanvrager door de aanvaarding van de voorgestelde dienstbetrekking niet langer deel uitmaakt van het huishouden van het lid van de diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post. d. Een gezinslid wordt toegestaan om betaald werk te verrichten vanaf het tijdstip van aankomst van het lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post in de ontvangende staat tot het tijdstip van vertrek van laatstgenoemde of tot het einde van een redelijke termijn daarna.

Rechtspraak bij dit artikel