Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 23

Artikel 23

Onderdeel van Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1999

1. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Armeense vennootschappen als omschreven in artikel 25, onder d, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit derde landen toekennen. 2. Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Armeense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen. 3. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Armeense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen. 4. De Republiek Armenië kent voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap als omschreven in artikel 25, onder d, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die dit land aan Armeense ondernemingen of aan ondernemingen uit enig derde land toekent, en kent de op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het respectievelijk aan eigen vennootschappen of filialen of respectievelijk aan vennootschappen of filialen uit enig derde land toekent.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel