Naar hoofdinhoud
1. De partijen erkennen dat een belangrijke voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen de Republiek Oezbekistan en de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Oezbekistan met die van de Gemeenschap is. De Republiek Oezbekistan doet het nodige om ervoor te zorgen dat haar wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht. 2. De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, banken en andere financiële diensten, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, concurrentieregels, met inbegrip van daarmee samenhangende vraagstukken en praktijken die van invloed zijn op het handelsverkeer, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied, vervoer en telecommunicatie. 3. De Gemeenschap verstrekt de Republiek Oezbekistan technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen; die bijstand kan met name omvatten: de uitwisseling van deskundigen, het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving, de organisatie van seminars, opleiding van personeel dat betrokken is bij het opstellen en toepassen van de wetgeving, steun bij de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren. 4. De partijen zoeken naar methoden om de toepassing van hun respectieve concurrentievoorschriften, voor zover de onderlinge handel erdoor wordt beïnvloed, te coördineren.

Rechtspraak bij dit artikel