Naar hoofdinhoud
1. De partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsclausule toe op alle gebieden die verband houden met: de douanerechten en heffingen bij invoer en bij uitvoer, met inbegrip van de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, de bepalingen betreffende de douaneafhandeling, de doorvoer, de opslag in entrepot en de overslag van goederen, de belastingen en alle andere interne heffingen die direct of indirect op de ingevoerde goederen van toepassing zijn, de wijzen van betaling en de overdracht van de betaalde bedragen, de voorschriften met betrekking tot de verkoop, de aankoop, het vervoer, de distributie en het gebruik van goederen op de binnenlandse markt. 2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op: voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of na de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend; voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend krachtens de GATT en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden; voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vereenvoudigen. 3. De bepalingen van lid 1 zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Oezbekistan partij wordt bij de WTO of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Oezbekistan worden toegekend aan andere staten die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel