Naar hoofdinhoud
1. Er wordt een Gezamenlijke Raad voor de Kaderovereenkomst voor Samenwerking, hierna de Gezamenlijke Raad genoemd, opgericht, die toezicht zal houden op de toepassing van de overeenkomst. De Gezamenlijke Raad zal op ministerniveau bijeenkomen, op gezette tijden en telkens wanneer de omstandigheden dat vereisen. 2. De Gezamenlijke Raad zal belangrijke problemen onderzoeken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, alsook alle overige bilaterale of internationale kwesties van gemeenschappelijk belang, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst. 3. Tevens kan de Gezamenlijke Raad, met wederzijdse instemming van beide Partijen, passende voorstellen formuleren. Bij de uitoefening van deze taken belast de Raad zich in het bijzonder met het doen van aanbevelingen die bijdragen tot verwezenlijking van het uiteindelijke oogmerk van politieke en economische associatie.

Rechtspraak bij dit artikel